Onderwijs
Inhoud
Onderstaande tabel geeft een overzicht van verplichte vakken
in de bachelor en de profielvakken van BPS (vet de verplichte vakken van BPS)
|
verplichte vakken in bachelor
(vet van BPS) |
|
Jaar 1 |
Jaar 2 |
Jaar 3 |
|
Wiskunde 1 voor Bouwkunde
ComputerAided Design
Mechanica 1
Bouwtechnisch Ontwerpen
Architectonisch Ontwerpen
Handtekenen
Wiskunde 2 voor Bouwkunde
Vastgoedbeheer1
Mechanica 2a
Uitvoeringstechnisch Ontwerpen
Bouwfysisch Ontwerpen 1 3
sp
Materiaalkunde
1 2 sp
Orientatie studie en beroep
Beeld
Practicum Bouwkunde
3 sp
Mechanica 2b
Constructief Ontwerpen
Stedebouwkundig Ontwerpen
Totaal 43 sp |
Construeren met materialen A
Bouwtechniek in concept en detail
Mechanica 3
Bouwprocesleer
Stedebouwkundig ontwerpen
Construeren met materialen B
Ontwerpen en presenteren met ict
Differentiaalverg. En matrices
Onderzoeksmethodologie
Bouwfysisch
Ontwerpen 2 2,9 sp
Architectuurgeschiedenis
Technologie en duurzaamheid
Totaal 28,8 sp |
Beeldende kunst en architectuur
Statistiek 1 voor B
Basiskennis bouwrecht
Bouweconomie en kostenbeheersing
Filosofie
Geschiedenis van de techniek
Projectencollege gebouw
Totaal 16,4 sp |
Profielvakken BPS
|
|
|
Integratie gebouw en install 2,9
sp
Materiaalkunde 2
1,4 sp
Stedebouwfysica wind 1,4
sp
Oefening Materiaalkunde 1,4
sp
Stedebouwfysica geluid 1,4
sp
9,6 sp kiezen, totaal BPS 8,5
sp |
Gevels en daken
2,9 sp
Bouwfysisch Ontwerpen 3 2,9 sp
Practicum bouwkunde 1,4
sp
Praktische verlichtingskund 2,9 sp
Introduction build perf sim 1,4
sp Gezondheidstechniek 1,4 sp
Akoestiek 1,4 sp
15 sp kiezen, totaal BPS 14,3 sp
|
terug
Postpropedeuse
BPS participeert in twee van de
vier profielen:
- Architectuur-Techniek
- Techniek-
Management
In deze paragraaf worden de hoofdlijnen van het projectwerk
van beide profielen weergegeven.
Het projectwerk van het profiel Architectuur-Techniek wordt op
de volgende manier gekarakteriseerd:
Leerdoel:
Het doel is bij studenten een kritische en reflecterende
houding te ontwikkelen , waarbij de wederzijdse verbanden tussen
Architectonisch Ontwerp, Bouwtechnisch Ontwerp, Constructief Ontwerp en de
Fysische Aspecten van het bouwen centraal staan.
Met name gaat het om de volgende verbanden binnen het
projectwerk:
- Architectonische Ruimte en Bouwtechnisch concept
- Architectonische Ruimte en Constructief concept
- Architectonische Ruimte en Bouwfysisch concept
- Regel en Uitzondering
- Het ontwerp en zijn maatschappelijke betekenis
Project 4, 5 en 6:
Het tweedejaars projectonderwijs vormt een gestuurd proces,
waarin studenten door middel van overzichtelijke en gestructureerde opdrachten
basisvaardigheden in architectonisch-technisch ontwerpen ontwikkelen.
Project 7 en 8:
Het derdejaars projectonderwijs vormt een gestuurd proces,
waarin studenten door middel van complexe opdrachten hun basisvaardigheden in
architectonisch-technisch ontwerpen verdiepen. De projecten 7 en 8 worden
inhoudelijk aan elkaar gekoppeld zodat er een twee trimester durend project
ontstaat. Daarmee krijgen de studenten de tijd om zich in de problematiek
binnen het brede kennisgebied van het architectonisch-technisch ontwerpen te
verdiepen. In project 7 wordt de projectopgave door de docenten geformuleerd.
Vervolgens wordt studenten in project 8 gevraagd zich in een deelaspect van
hun project 7 te verdiepen. Hier kan het gaan om het verder ontwerpen,
ontwikkelen, materialiseren, detailleren of berekenen van een significant
architectonisch-technisch deelaspect. Ook kan een significant
architectonisch-technisch thema dat inherent is aan het eigen ontwerp
theoretisch, beschouwend en analyserend nader worden onderzocht.
Belangrijk is dat studenten geacht worden in het project 8
zelfstandig een onderwerp te verkennen en een probleemstelling te formuleren
die dan ontwerpend, ontwikkelend en/of beschouwend nader wordt uitgewerkt. Het
formuleren van dit thema is een essentieel onderdeel van de project 7
eindevaluatie.
Project 9:
Eind werkstuk Bachelor multdisciplinair project: groepswerk met studenten uit
tenminste 2 profielen
terug
Het projectwerk van het profiel Techniek-Management wordt op
de volgende manier gekarakteriseerd:
Leerdoel:
Het doel is een kritische en reflecterende houding te kweken
met betrekking tot het leggen van verbanden tussen de betrokken technische
kennisgebieden, nodig voor het ontwerp en de realisatie van bouwwerken.
Daarmee wordt zowel het ontwerp van het bouwwerk in functionele en technische
zin als de realisatie ervan in procesmatige zin bedoeld.
Met name gaat het om de volgende verbanden in het projectwerk
aan de orde te stellen:
- ontwerp en technisch concept (constructief, bouwfysisch,
bouwtechnisch)
- ontwerp en materialisatie / maakbaarheid /productie
- ontwerp en uitvoering / realisatie en regelgeving
(met ontwerp wordt bedoeld functioneel ontwerp)
Project 4, 5 en 6
Het tweedejaars projectwerk vormt een gestuurd proces, waarin
door middel van overzichtelijke en gestructureerde opdrachten
basisvaardigheden in het technische ontwerpen worden ontwikkeld. Belangrijk is
ook de rapportage en presentatie van de projecten.
Project 4
Ontwerp van een eenvoudig bouwwerk op een specifieke locatie
waarin de technische kennisgebieden integraal aan de orde komen. Het ontwerp
is gericht op de materialisatie en realisatie en probeert de verbanden
zichtbaar te maken tussen de verschillende kennisgebieden.
Project 5
Het ontwerpen van een bouwwerk (met constructieve uitdaging)
op basis van concepten. Het ontwerp is gericht op materialisatie en
realisatie. Een kwantitatieve benadering van de constructie met behulp van
rekenprogramma Matrix dient uitgevoerd te worden. Inzicht en toepassing wordt
gevraagd van materialen, bouwwijzen en systemen om te komen tot een
gedetailleerde uitwerking waarin draagstructuur en afbouw helder en
gestructureerd zijn af te lezen. Inzicht in het bouwproces in noodzakelijk om
realisatie en uitvoering mogelijk te maken.
terug
Project 6
Herbestemming van een bestaand gebouw. De volgende onderwerpen
worden ingezet: analyse van bestaande situatie, verbeteringsvoorstellen
formuleren met betrekking tot nieuwe functie en huidige kwaliteitseisen,
(her)ontwerp aanpassing en eventuele uitbreiding van het gebouw, bouwfysische
berekeningen oude en nieuwe situatie.
Een planning van de ingreep en aard van de werkzaamheden geeft
inzicht in het bouwproces.
Een gedetailleerde uitwerking completeert het geheel en geeft
inzicht in de wijze “hoe is omgegaan met het bestaande gebouw” .
In het derde jaar worden de projecten 7 en 8 inhoudelijk aan
elkaar gekoppeld zodat er een twee trimester durend project ontstaat. De reden
hiervoor is aan studenten de tijd te geven zich in de problematiek binnen het
brede kennisgebied van het technisch ontwerpen te verdiepen. Het project 7 is
breed van opzet. Hierop aansluitend worden studenten in project 8 gevraagd
zich in een deelaspect van hun project 7 te verdiepen. Hier kan het gaan om
het verder ontwerpen, ontwikkelen, materialiseren, detailleren en berekenen
van een siginificant technisch deelaspect.
Belangrijk is dat er in het project 8 zelfstandig en onder
eigen verantwoording een onderwerp wordt verkend, en een probleemstelling
wordt geformuleerd dat ontwerpend, ontwikkelend en/of beschouwend nader wordt
uitgewerkt. Het formuleren van een onderwerp voor project 8 is een essentieel
onderdeel van de eindevaluatie van project 7.
Eindwerkstuk bachelor
multdisciplinair project: groepswerk met studenten uit
tenminste 2 profielen
terug
Conceptprogramma master
physics of the built environment
De fysica van de gebouwde omgeving betreft de fysische
aspecten van de gebouwde ruimte én van gebouwconstructies en installaties. De
fysische aspecten zijn licht, warmte, lucht, vocht en geluid.
De gebouwde ruimte omvat zowel de door mensen gecreëerde
buiten- als de binnenruimte. Het gaat dan om de gebruiksprestatie van de
ruimte voor zover het de genoemde fysische aspecten betreft.
Onder gebouwconstructies verstaan we in het bijzonder de
scheidingsconstructies. Het gaat dan enerzijds om de prestaties die de
constructies leveren in de instandhouding van een gewenst fysisch binnenmilieu
(en de hoeveelheid energie die daarmee gemoeid is) en anderzijds om fysische
prestaties met betrekking tot de instandhouding van de constructies zelf.
Voor de instandhouding van het binnenmilieu worden doorgaans,
naast bouwkundige middelen, ook installaties ingezet. Het ontwerpen van deze
installaties behoort niet tot de fysica van de gebouwde omgeving. Wel behoort
het tot de fysica van de gebouwde omgeving om de fysische prestaties ervan
vast te stellen, een en ander in een juiste balans met de fysische prestaties
van de scheidingsconstructies.
terug
In de 4 modulen van het masterprogramma wordt gelijkelijk
aandacht besteed aan enerzijds de fysica van de ruimte en de fysica van
scheidingsconstructies en anderzijds aan ontwerpen en onderzoeken (zie tabel
1).
Tabel 1. Modulen van conceptprogramma master “physics
of the built environment”
|
|
module |
project |
vakken |
stoel |
|
Fysica
van de con-structie
|
1
|
Onderzoekgericht
Meten in lab/in situ +
Gebruik simulatieprogram.
Aio-onderzoek/Winkel-project
gerelateerd |
·
Warmte en vocht in constructies 4,3 sp
·
Constructiegeluid
1,4 sp |
De Wit |
|
2
|
Ontwerpgericht
Bouwdeelniveau
Gevel en/of dak
Berekenen/prototype/meten
|
·
Duurzaamheidsasp
bouwmaterialen 2,9 sp
·
LCA-techniek duurz
bouwen 2,9 sp |
Hendriks |
|
Fysica van de ruimte
|
3
|
Onderzoekgericht
Meten in lab/in situ +
Gebruik simulatieprogram.
Aio-onderzoek gerelateerd |
·
Verlichtingskunde
2,9 sp
·
Zaalakoestiek
2,9 sp |
De Wit |
|
4
|
Ontwerpgericht
Gebouwniveau
Integr. gebouw/installatie
Multidisc. ontwerpteam |
·
Cap sel building perf
simulation 2,9 sp
·
Coaching mult disc
design teams 2,9 sp |
Rutten |
Een ontwerpgericht module wordt voorafgegaan door een
onderzoekgericht module. Een onderzoekgericht module is op theorie gericht,
een ontwerpgericht module op toepassing. De vakken van de onderzoekgerichte
modulen zijn verdiepende, aspectgerichte bouwfysicavakken. De vakken van de
ontwerpgerichte betreffen grotendeels instrumentatie van het ontwerpproces.
terug
Het afstudeerproject bestaat uit het verrichten van onderzoek
of het maken van een ontwerp.
De projecten van de masteropleiding sluiten bij voorkeur aan
bij de onderzoeksprogramma’s (http://sts.bwk.tue.nl/BPS/onderzoek/onderzoek.htm)
van de capaciteitsgroep.
Aan het eind van het eerste jaar van de master heeft een
student 2 trimesters onderzoek verricht. Het moet hem/haar dan duidelijk zijn
of een toekomst in de wetenschap gewenst/mogelijk is. Voor hen die kiezen voor
voortzetting van de studie in een onderzoekschool bestaat de mogelijkheid
reeds in het laatste jaar van de master te beginnen met promotieonderzoek.
Voor hen vervalt dus het 4de module en is er een afstudeerproject
met een omvang van 3 trimesters dat tevens het eerste jaar van het
promotieonderzoek is. Hiervoor dient per geval een verzoek bij de
examencommissie ingediend te worden.
terug
Competentie
leerstoelen BPS
Voor begeleiding van afstuderen competente leerstoelen/UHD-plaatsen
van de capaciteitsgroep BPS
Hoogleraar/UHD
leerstoel/UHD-plaatsen
prof.dr.ir. S.H.A. Begemann Praktische
verlichtingskunde
prof.dr.J.E.M.H van Bronswijk
Gezondheidstechniek voor het gebouw
prof.dr.ir. J. Carmeliet
Bouwfysica/Binnenmilieu
prof.ir. E. Gerretsen
Constructiegeluid in gebouwen
prof.ir. N.A. Hendriks
Materiaalkunde
prof.dr.ir. J.L.M. Hensen
Prestatiegericht ontwerpen op het gebied van bouwfysica/binnenmilieu
prof.ir. P.G.S. Rutten
Bouwfysica/ binnenmilieu
prof.ir. J.A. Wisse
Afbouwtechniek/ bouwfysica
prof.dr.ir. M.H. de Wit
Stedebouwfysica + energiezuinig bouwen
prof.ir. W. Zeiler
Installaties
ir. F.E. Bakker
Binnenklimaat
dr.ir. H.J. Martin
Bouwfysica/ akoestiek
dr.ir. H.L. Schellen
Bouwfysica van Monumenten
dr.ir. H.M.G.J. Trum
Bouwfysica/binnenmilieu
terug |